Een rond ruim
De romp van een verkeersvliegtuig is ruwweg een buis. Een vloer deelt hem in twee verdiepingen: boven zitten de passagiers, beneden is het ruim voor koffers, post en vracht. Het ruim ligt dus in het onderste deel van een cirkel, waar de wanden naar elkaar toe buigen, en een rechthoekige kist zou aan beide kanten lege hoeken laten.
Daarom heeft de meest gebruikte vliegtuigcontainer, de LD3 met code AKE, één afgeschuinde onderhoek. Bovenaan is hij 201 centimeter breed, bij de vloer maar 156. In het ruim staan ze per twee, met de rechte zijkanten tegen elkaar en de schuine hoeken naar buiten, naar de rompwand, en een paar vult de bocht bijna tot de laatste centimeter. Een passagiers-777-300ER neemt er 44 mee onder de vloer.
In 3D werkt dat ook zo. Twee containers die in het vliegtuig naast elkaar stonden, rijden gespiegeld op het treintje: de ene heeft zijn schuine hoek links, de andere rechts.

Er zijn meer soorten. Een AKE sluit met een gordijn of met een vaste deur, een AKN heeft in de bodem sleuven voor de vorken van een heftruck, en de RKN is de gekoelde. Het ruim van de A320-familie neemt de lage AKH, 114 centimeter hoog en aan beide onderhoeken afgeschuind. De lange LD6, code ALF, beslaat de hele breedte van het ruim en heeft ook beide hoeken afgeschuind. De ALP houdt zijn hoeken recht.
Elke container draagt op de zijkant een label met zijn type en een nummer van vier of vijf cijfers, in het echt gevolgd door de code van de maatschappij die hem bezit. In 3D toont het label de maatschappij van het vliegtuig dat hem vervoert.
AKE met gordijn · AKE met deur


RKN, gekoeld · AKH voor de A320


ALF (LD6) · ALP


Boven is het andersom
Een vrachtvliegtuig heeft geen passagierscabine. Op die plek zit het hoofddek, een lange lege hal met rollen in de vloer, en dat ligt in het breedste deel van de romp. De vloer is daar vlak en breed, maar boven je hoofd buigen de wanden naar het plafond. Containers voor het hoofddek hebben dus een afgeschuinde bovenhoek.
Een 747 of een 777 neemt twee rijen naast elkaar. De AMJ-container, 244 centimeter hoog, heeft alleen zijn buitenste bovenhoek afgeschuind, die bij de wand. In de smallere romp van een 757 of een 737 is in de breedte plaats voor maar één rij, dus de AAY heeft beide bovenhoeken afgeschuind. De rechthoekige AMA gaat alleen waar boven genoeg ruimte is.
Pallets voor het hoofddek worden naar dezelfde contour opgebouwd. Wie de vracht stapelt, heeft een mal in de vorm van de romp, en wat uitsteekt wordt opnieuw gestapeld. Daarom heeft een pallet dozen naast een AAY dezelfde schuine bovenhoeken als de container.
AMJ · AAY


AMA · een pallet in de AAY-contour


Alles onder een net
Veel vracht gaat niet in een container. Een kist met een machine erin, vaten, banden of een stapel dozen worden op een vlakke aluminium pallet gestapeld, een plaat van 318 bij 244 centimeter, en over alles heen wordt een net gespannen. Onderaan haakt het in een rail rond de rand van de pallet. Als het vliegtuig hard moet remmen of door turbulentie vliegt, schuift er niets weg.
In 3D heeft losse vracht altijd een net, één over de hele pallet. Het is meestal donker, zoals de meeste echte, strak gespannen over de bovenkant van de dozen en rond de vaten en banden, en onderaan naar de rail getrokken. Over donkere folie wordt het lichter of gekleurd, zodat je het ziet.
En geen pallet is als de volgende. Hoeveel vaten, hoeveel banden, hoe hoog de kist is en welke kleur de folie heeft, beslist een loting die voor elk stuk één keer wordt gedaan. Hetzelfde stuk ziet er dan hetzelfde uit in de deur, op het platform van de loader en op de kar, en een ander vliegtuig vervoert een andere lading.
Dozen · vaten en een kist


Vaten en banden · folie


Dekzeil · folie in de AAY-contour


Treintjes bij de neus
Een 747 die als vrachtvliegtuig uit de fabriek komt, heeft een neus die omhoog klapt. Ervoor stopt een loader, een platform op een schaarlift met een brug, en ernaast komt een treintje karren achter een trekker. Stuk voor stuk rolt de vracht uit het vliegtuig de brug op, het platform brengt hem naar beneden en hij rolt op een kar. Een vol treintje rijdt weg en een leeg komt aan. Hetzelfde gebeurt bij de zijdeur en bij de ruimen, waar de LD3’s heen gaan.
In zijn turnaroundschema rekent Boeing bij een 747-400F met 30 stuks op het hoofddek en vijf pallets en 16 containers in de ruimen. Het hoofddek van een 777F wordt alleen via de zijdeur achter de vleugel gevuld en neemt 27 pallets. De aantallen komen uit de documenten die fabrikanten voor luchthavens uitgeven.
Ook kinderen kijken naar de kaart. Al is het maar een simulatie van wat er op de opstelplaats waarschijnlijk gebeurt, we proberen er iets van te maken waar je graag naar kijkt en dat leuk is, uiteindelijk niet alleen voor kinderen. Is het niets voor jou, dan zet je met de knop ‘Vliegtuigafhandeling’ in de bediening van de 3D-weergave de hele weergave van vracht en van in- en uitstappende passagiers uit.

Het detail komt als je inzoomt. Van dichtbij hebben de containers ribben, een frame, een gordijn met spanbanden en een label met een code, en de pallets dozen en een net. Van verder weg blijven alleen de vorm en de kleur over, en van ver een kale doos. Een grote vrachtluchthaven met tientallen vliegtuigen op de opstelplaatsen wordt er niet trager door.
’s Nachts werkt hetzelfde treintje in het donker, met oranje zwaailichten die knipperen op de trekker en de loader.
777F · overdag en ’s nachts


747-400F · LD3’s voor het ruim, de neus ’s nachts


Een container voor het ruim heeft een schuine onderhoek, een voor het hoofddek een schuine bovenhoek. Op onze kaart zie je waar elke container heen gaat.
