Elk licht op zijn plek
Luchthavenverlichting is geen versiering, het is een taal. De randlichten van de baan zijn wit, en op de laatste zeshonderd meter geel. De middellijn is wit, wisselt daarna rood en wit af, en de laatste driehonderd meter is ze alleen nog rood, zodat de piloot weet hoeveel baan hij nog heeft. Het begin van de baan is groen, het eind rood, en de lichten wijzen de goede kant op: een landende piloot ziet groen en wit aan zijn kant en rood pas aan het verre eind. Taxibanen hebben een groene middellijn en blauwe randen, en dwars over de ingang van een baan ligt een rode stopbalk waar niemand zonder klaring overheen gaat.
Voor de baan leidt de naderingsverlichting de piloot naar binnen. Een rij witte lichten op de middellijn, dwarsbalken, rode zijrijen bij de precisiesystemen, en bij veel daarvan ‘het konijn’, een flits die twee keer per seconde naar de baan toe schiet. Naast de baan staan de vier lichten van de PAPI. Twee wit en twee rood betekent dat het vliegtuig precies op het glijpad zit, vier wit dat het te hoog is, vier rood dat het te laag is. In onze scène wordt de kleur van elk PAPI-licht berekend uit de hoek waaronder de camera het ziet, dus wie te hoog binnenkomt, krijgt vier keer wit.
Niet elk baaneinde heeft hetzelfde systeem, en daar hebben we het meest geleerd. Onze eerste versie raadde het op basis van de grootte van de luchthaven, en op drie banen in Los Angeles bewezen de data ons ongelijk: op grond van de lengte zou je daar het lange systeem met rode zijrijen verwachten, maar ze hebben in werkelijkheid een eenvoudiger systeem, met vaste lichten op de eerste vierhonderd meter en daarna alleen flitsen. Nu krijgt elk baaneinde het systeem dat het echt heeft, overal waar open luchtvaartdata of OpenStreetMap het kennen, inclusief de PAPI op zijn echte plek en onder zijn echte hoek. Waar niemand het weet, tekenen we hooguit het eenvoudige soort en verzinnen we nooit een precisiesysteem.
En niet elk eind is verlicht. Op een echte luchthaven branden de naderingslichten aan het eind waarop wordt geland. Welk eind dat is, zien we aan het verkeer, dus aan het andere eind gaan de naderingsverlichting, het konijn en de PAPI uit, terwijl de baan zelf verlicht blijft. Wat we niet weten, is welke lampen er op dit moment precies aan staan, dus de scène laat zien hoe de luchthaven gewoonlijk verlicht is, en is geen live schakelpaneel.


De PAPI lees je het best van dichtbij. Vanaf dezelfde plek, 350 meter voor de drempel van de baan, zijn een stukje boven het glijpad alle vier de lichten wit, een stukje eronder één wit en drie rood. Waar een baan geen naderingsverlichting heeft, kan een paar witte flitsen aangeven waar de baan begint, en die tekenen we alleen waar de data dat zeggen, of in de Verenigde Staten, waar ze gebruikelijk zijn. Tussen de baan en het wachtpunt wisselt de middellijn van de taxibaan geel en groen af, een taxibaan die buiten gebruik is blijft donker, net als een oude baan die de kaart nog alleen als verhard oppervlak weergeeft.


Masten, ramen en vliegtuigen
Opstelplaatsen worden verlicht door hoge masten met een bundel schijnwerpers bovenin. De onze hebben een rood-wit gestreepte schacht, net als de echte, en eronder warme plassen licht op het beton. Ze staan bij de terminals, niet op afgelegen vrachtplatforms, en nooit in een passagiersbrug. Overdag staan ze er ook, alleen uit. Kaartdata zeggen niet waar masten staan, dus hun posities zijn onze schatting. Een geparkeerd vliegtuig eronder wordt van boven verlicht, met een lichte rug en staart en de buik in halfschaduw, en werpt een schaduw weg van de dichtstbijzijnde mast.
De vliegtuigen hebben ook hun eigen lichten: rood op de linkervleugeltip, groen op de rechter, wit achteraan, een rood zwaailicht en witte strobes, en elk vliegtuig knippert in zijn eigen ritme, zodat de luchthaven nooit in één keer oplicht. Landingslichten gaan aan bij de startaanloop, de uitloop na de landing en laag boven de grond, en hoger gaan ze uit; op de grond brandt het taxilicht zolang het vliegtuig rijdt. Een geparkeerd vliegtuig met de motoren uit verlicht zichzelf niet, dat doen de masten.
Bij de ingangen van de banen knipperen wig-wags, paren gele lampen die zo’n vijftig keer per minuut afwisselen, elk paar in zijn eigen maat. En de gebouwen lichten op, niet lukraak. Een verkeerstoren heeft alleen zijn glazen cabine verlicht, een terminal een strook glas op elke verdieping, een parkeergarage stroken langs de dekken, kantoren en hotels losse ramen waarvan er maar een deel brandt, en een hangar een paar lampen boven de deuren, met de hal binnen verlicht als de deuren openstaan. Het begon toen een terminal in Los Angeles zes rijen ramen had, alsof hij zes verdiepingen telde. Nu tellen we de verdiepingen.

De verkeerstoren van Praag gloeit bovendien aan zijn glazen voet, verdieping voor verdieping. Ramen flikkeren niet als je de camera draait, en van grote hoogte doven ze geleidelijk uit, zodat de contouren van de gebouwen niet in elkaar overlopen. Vliegtuigen op de grond krijgen ’s nachts een dunne lichte ring om zich heen, zodat ze niet wegvallen tussen de lichten van de luchthaven. Op de laagste kwaliteitsstand, die een telefoon meestal krijgt, werpen geparkeerde vliegtuigen geen schaduw.


Masten van dichtbij
Van dichtbij is de ene platformmast de andere niet. Een hoge draagt zijn schijnwerpers op een kroon: een kruis van vier armen, of een ring van lampen rond een klein bordes, soms op twee niveaus. Bij een terminal staat een slanke paal met een T-vormige kop die het platform verlicht en nooit het glas, en een klein vliegveld krijgt een eenvoudige paal met een korte bundel lampen. Aan de voet van de mast staat een sokkel met een kast.
’s Nachts werpt elke lamp een lichtkegel op het beton en gloeit met een zachte halo. Als je dichterbij vliegt, gaat de halo van de hele kop over in de gloed van de afzonderlijke schijnwerpers, zonder sprong.


Op de opstelplaatsen in Praag staat dezelfde mast aan de rand van het platform, met rode obstakellichten bovenin en halverwege de schacht.

Schemering, en de dorpen gaan aan
De nacht komt niet met een klik. De scène weet waar de zon boven elke luchthaven staat, live en bij het terugspelen, en de dag loopt over in de nacht zoals buiten. Het land wordt donker voor de lucht, de lichten van de luchthaven gaan aan voordat het helemaal donker is, en een tijdje is de horizon nog licht terwijl de banen al gloeien. Daarboven staat de maan in haar echte fase, met de verlichte kant naar de zon, en sterren verschijnen alleen als het laatste weerbericht een heldere hemel meldt.
Dan gaan de straten aan, en dat deden we lang verkeerd, op een manier die je pas ziet als je ’s nachts binnenvliegt. Elke weg gloeide oranje volgens zijn klasse, dus boven Buštěhrad, vlak ten westen van de luchthaven van Praag, liepen er felle banden over de velden van het ene dorp naar het andere. Vlieg ’s nachts over Tsjechië en je ziet eilandjes van licht met duisternis ertussen: de lantaarns staan in de dorpen, de weg door de velden is bijna overal donker, en je ziet hem hooguit aan de koplampen van een auto.
Nu beslist daarom de bebouwing: wonen, winkels, industrie, scholen en ziekenhuizen, omdat fabrieksterreinen en ziekenhuisterreinen de hele nacht verlicht blijven. Het licht volgt de straat, niet de hele weg. Het stuk dat door een dorp loopt, gloeit, en zodra de weg de laatste huizen achter zich laat, wordt hij donker. Waar de kaart een stad alleen als straten tekent, zoals vaak in India of het Midden-Oosten, verraadt de dichtheid van de straten haar, anders zou Delhi zo donker blijven als een veld. We hebben het gecontroleerd tegen de straten waarvan de kaart weet dat ze verlicht zijn: die lichten nog steeds in zo’n 91 procent van de gevallen op, en het aandeel wegen rond Kladno, waar de eerste klacht vandaan kwam, dat ten onrechte gloeide, daalde van 18 naar 8,5 procent. Nul wordt het niet. Aan de rand van een dorp, waar de huizen schaarser worden, kunnen de data gewoon niet zien of er nog een lantaarn staat.


De lichten rond de luchthaven worden alleen ’s nachts berekend, en de stad blijft op de achtergrond, zodat ze de luchthaven nooit overstraalt. Twee uur van een oktoberavond boven de luchthaven van Praag, samengeperst tot elf seconden, laten zien in welke volgorde het allemaal gebeurt.
Kom te steil binnen en de PAPI naast de baan wordt vier keer wit, berekend uit de hoek waaronder onze camera hem ziet.
